Samen spelen, ontdekken en leren
Of we nu kiekeboe spelen, bruggen bouwen van Kapla of een bord fruit rond laten gaan: we werken heel bewust aan de ontwikkeling van jouw kind. Zodat het bijvoorbeeld motorisch sterk en handig wordt, zelfvertrouwen opbouwt en samen leert werken en delen. Allemaal dingen die je kind nodig heeft om gezond en evenwichtig op te groeien. En om zijn of haar weg te vinden in de wereld van morgen. Want daar gaat het ons om.
Onze vier pedagogische uitgangspunten helpen ons in ons werk. Ze geven richting aan de manier van denken, praten en doen op de groep – van babygroep de Zeehonden tot aan tienergroep Tiens. Onze medewerkers kennen de uitgangspunten op hun duimpje.
Benieuwd hoe de pedagogisch medewerkers de uitgangspunten toepassen? We geven je een aantal voorbeelden.
1. Veilig en altijd dichtbij
We zorgen voor een warme, positieve sfeer en veilige basis. Een ’thuis’ waar kinderen zichzelf kunnen zijn. Waar ze gezien worden. En zich op een prettige manier kunnen ontwikkelen.
Een voorbeeld: De 9 maanden oude Sophie gaat voor het eerst naar het kinderdagverblijf. Pedagogisch medewerker Sanne zorgt voor een zo rustig mogelijke omgeving en houdt Sophies knuffeldoekje binnen handbereik. Ze zoekt regelmatig oogcontact met Sophie en pakt haar op als Sophie laat zien dat ze dat nodig heeft. Sanne praat zachtjes tegen haar en houdt haar dicht tegen zich aan, zodat Sophie haar geur en stem leert kennen. Als Sophie honger krijgt, merkt Sanne dit meteen. Ze biedt op een rustige manier de fles aan en vertelt wat ze doet. Zo draagt Sanne bij aan een gevoel van veiligheid en geborgenheid. Na een paar dagen begint Sophie te lachen als ze Sanne ziet, een teken dat ze Sanne herkent.
2. Aandacht voor elkaar
Kinderen leren van elkaar, door naar elkaar te kijken en de ander na te doen. Wij ondersteunen ze daarbij. We geven ze informatie, doen met ze mee en zorgen dat ze in verschillende situaties kunnen oefenen. Op die manier leren ze hoe je zegt wat je voelt. Bovendien weten ze steeds beter weten hoe ze vrienden maken.
Een voorbeeld: Peuters Pim en Salim bouwen samen een toren. Pim kijkt hoe Salim blokken stapelt en probeert hem na te doen, maar de toren valt. Pedagogisch medewerker Lara moedigt Pim aan: “Kijk, Salim houdt het blok stevig vast.” Noor volgt het voorbeeld. Het lukt! De medewerker complimenteert beide kinderen: “Kijk Salim, Pim doet het net als jij en nu lukt het!” Pim leert door Salim na te doen. En Salim is trots omdat hij het goede voorbeeld geeft. Zo helpen we kinderen hun sociale vaardigheden te oefenen en samen te werken
3. Zelfverzekerd de wereld in
Zelf zien, zelf doen, zelf ervaren. Zo krijgen kinderen grip op de wereld. We geven ze de ruimte om op onderzoek te gaan. We prikkelen ze, vullen hun spel aan en bieden spannend spelmateriaal en uitdagende activiteiten.
Een voorbeeld: Tijdens een middag op de bso snuffelen Teun (8) en Ava (7) in een bak met takjes, touw, klei en knijpers. “Hebben jullie zo voldoende materiaal” vraagt pedagogisch medewerker Bram. “Ja! Ik maak een tent!” roept Ava. “Of een boomhut!” vult Teun aan. Bram moedigt hen aan: “Probeer het maar!”. De kinderen knopen takjes samen, maar de hut stort bijna in. “Hoe kunnen jullie dit samen oplossen?” vraagt Bram. “Misschien meer touw gebruiken?” zegt Ava. “Of de takken in een kleibal steken?” voegt Sam toe. Ze combineren beide ideeën en bouwen verstevigingen. En ja hoor, de hut blijft overeind staan. Teun en Ava zijn zichtbaar trots op hun creatie. Bram benoemt dat ze goed hebben samengewerkt.
4. Iedereen is van waarde
Wie ben jij? Waar kom jij vandaan? En wat is voor jou heel gewoon? We leren kinderen met een open blik naar elkaar te kijken en de ander te begrijpen, respecteren en waarderen. Zo bereiden we ze voor op een diverse maatschappij.
Een voorbeeld: Tijdens een middag op de BSO vraagt pedagogisch medewerker Astrid of kinderen thuis bijzondere rituelen of gebruiken hebben. “Wij drinken op vrijdagavond altijd thee met het hele gezin en praten over onze week”, zegt Sara (12). “Bij ons bidden we voor het eten”, vertelt Milan (11). “Bij mijn opa leggen we altijd een hand op ons hart om respect te tonen”, vertelt Kenji (11). De kinderen leggen uit hoe het gebruik bij hun familie hoort en waarom ze het doen. Ze bespreken wat ze ervan vinden. Ervaren ze het ritueel zelf als prettig of waardevol? Of vinden ze het een beetje raar? Hoe denkt een ander erover? Astrid stelt voor om een ‘rituelenmiddag’ te houden, waarbij ieder zijn of haar gebruik mag laten zien. Zo leren de kinderen elkaar beter begrijpen en waarderen.